woensdag 1 augustus 2012

Annabel


Ik ben verslaafd aan 24Kitchen. 
Vierentwintig uur kookprogramma's. 
Vierentwintig uur, zien hoe een onzettend hypere Italiaan staat te dansen voor de oven omdat zijn lasagne klaar is. Hoe een kok met tennishaar, bijzonder uit het gezicht gehouden door een haarband, me meeneemt langs 'alles wat hij in Frankrijk ooit ervaren heeft'. Steeds als ik hem dat hoor zeggen, denk ik weer: niet alles, hoop ik. Er zijn grenzen. De tenniskok spreekt een archaïsch Nederlands. Hij spreekt van 'recepturen' en 'het product'. En dan nog die Vlaming die om de drie woorden 'megalekker' zegt. Hij maakt gastronomische varianten van Vlaamse klassiekers als waterzooi en paling in 't groen. En een deconstructie van een kaaskroket. Die laatste ga ik onthouden, voor als mijn eigen baksels weer eens niet helemaal goed uit de vorm komen (dit is de understatement van de eeuw). Nee nee, hij is niet stukgegaan. Dit is gewoon een deconstructie van een kruidnotencheesecake.
Echt, 24Kitchen is voor mij wat porno is voor anderen. Er komt een dag, dan vergaat de wereld. En dan had ik niets door, omdat ik kwijlend voor de beeldbuis zat, ademloos toekijkend hoe Rudolph hartige cupcakes aan het bakken was.

En dan is er nog Annabel Langbein. Deze Nieuw-Zeelandse woont in een corner of paradise, zegt ze zelf. Een joekel van een huis, met een tuin die inderdaad wel iets Hof van Eden-achtigs heeft, en permanent uitzicht op zee (die nooit grijs en wild is, maar altijd van dat azuren turquoise). Het is er ook altijd mooi weer, en de vrienden die ze te eten krijgt zijn altijd mooi, hip en goedgekleed, nooit zit er eens een vadsige verlepte kerel aan tafel, of een vriendin met een hazenlip en een horrelvoet. Ze lachen, stralen, en huppelen de zonsondergang tegemoet. 

Ik vind Annabel een beetje buitenaards. Het kán gewoon bijna niet. Ze zegt dingen als: 'Als ik citroenen pluk, laat ik altijd het steeltje zitten', en: 'Ik vind het geweldig om even langs de amandelboom te lopen.' Ze ruilt mandenvol pruimen met de buurman, die forellenvisser is. Die komt vervolgens dan weer bij haar eten, uiteraard met medeneming van zijn prachtige echtgenote en dito blakende kindertjes. And so on and so on. 

Stiekem verdenk ik Annabel er wel eens van dat ze daar helemaal niet woont. Dat ze op driehoogachter in de Nieuw-Zeelandse Bijlmer woont en elke dag op lijn vijf stapt naar de paradijshoek waar ze werkt. En dan weer thuiskomt en de junks voor haar deur weg moet slaan, en de pis uit haar portiek weg moet spoelen. Maar dat zal wel niet.

Ik heb ook een corner of paradise. Hij is heel klein en bescheiden en ieniemienie, en vrienden die 'buiten' wonen lachen er smadelijk om. Maar ik ben zielsgelukkig met mijn postzegeltje op het zuiden. Zeker nu dat postzegeltje ook nog iets voortbrengt. Afgelopen week spotte ik ineens deze blauwe bessen. Blauwe bessen! Drie jaar staat die plant er al! En nu ineens! Hoera! Ik kan mijn geluk niet op!

Het zijn er maar een paar, grofweg genoeg voor één muffin of een borrelglaasje smoothy. Maar damn, wat ben ik blij en trots, als eigenaar van twee groene linkerhanden. Dus ik verdwijn nu even naar mijn eigen paradijshoekje, als u het niet erg vindt. Met een borrelglaasje smoothy. Sorry mensen, dit is mijn Annabel-moment. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen